Speciaal voor hydraulische en smeeroliefilters is een nieuwe test ontwikkeld: de dynamische filter efficiëntie (DFE) test*. In tegenstelling tot het gebruikelijke testprotocol zoals beschreven in ISO4406 of ISO4406:1999, houdt deze test ook rekening met de dynamische omstandigheden waaraan filters in de praktijk bloot kunnen staan. 

De afgelopen decennia is de kennis over filtratie van zowel hydraulische als smeeroliën flink toegenomen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het schoon houden van de olie een belangrijke bijdrage kan leveren aan een betrouwbare werking van machines en installaties, het verlengen van de standtijd van de olie en het verlagen van de onderhoudskosten. Een belangrijk inzicht is bovendien dat vuil niet alleen vanuit de omgeving het systeem binnendringt, maar tevens in het systeem wordt gegenereerd als gevolg van slijtage. Bovendien blijken ook de allerkleinste vuildeeltjes een belangrijke bron zijn van storingen en dus de moeite waard om te verwijderen. De noodzaak van filtreren is hiermee ruimschoots aangetoond.

Statische test
Om eenduidig vast te stellen hoe goed een filter in staat is vervuiling op te nemen, is onder meer gebruik te maken van de ISO16889 multi-pass testmethode. Het gaat hier om een reproduceerbare testmethode waarin identieke filters dezelfde resultaten moeten opleveren op verschillende testapparatuur. Hierbij wordt een constante volumestroom in een closed loop systeem rond gepompt waarbij voor en achter het filter een deeltjesteller is geplaatst. Tijdens de test wordt vervuilde vloeistof met een bekende hoeveelheid vervuiling en een constante snelheid aan het systeem toegevoegd vóór de deeltjesteller stroomopwaarts. Kleine hoeveelheden vloeistof worden vervolgens zowel voor als achter het filter afgenomen om op basis van deeltjestelling de filterefficiëntie (de opname van vuil) te testen. 

Dynamische methode
Het nadeel van bovenstaande methode is dat er geen rekening wordt gehouden met de dynamische omstandigheden waaraan de filters in de praktijk bloot staan. Drukwisselingen als gevolg van het proces of een koude start kunnen bijvoorbeeld eerder opgevangen vuil uit een filter losmaken. Dit betekent dat er in deze situatie ‘opeens’ een grote hoeveelheid vuil in het systeem vrij komt waarbij de concentratie wel eens boven de kritische waarde zou kunnen uitkomen en storingen kunnen optreden.

Om die reden is de DFE multi-pass testmethode ontwikkeld. Ook hierbij wordt gebruik gemaakt van deeltjestellers die zich voor en na het filter bevinden, een testfilter en een injectiepunt vóór de eerste deeltjesteller. Daarnaast biedt deze opstelling de mogelijkheid om snel wijzigingen in de volumestroom te realiseren – wat tijdens het testen dus ook wordt gedaan – terwijl de volledige systeemstroom door het testfilter blijft bestaan. De volumestroom door de deeltjestellers blijft constant en er worden geen tussenliggende reservoirs gebruikt om de deeltjes tegenstroom te verzamelen voordat deze geteld is. Dit betekent dat de vloeistof waarin de deeltjes worden geteld representatief is voor het vervuilingsniveau van het systeem. Tellingen worden bovendien gedaan voor, tijdens en na iedere wijziging in de volumestroom. Het totale aantal tellingen is afhankelijk van de bedrijfscyclus van de specifieke test. 

Samenvattend geeft is het verstandiger om filters te laten testen conform de DFE multi-pass test omdat hiermee niet alleen het vermogen wordt aangetoond om vuil op te vangen, maar ook hoe goed een filter in staat is het vuil vast te houden.

*De DFE testmethode is in 1998 ontwikkeld in een samenwerking tussen Scientific Services Inc (SSI) en Hy-Pro Filtration.

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren