(Proces-)industrie 4.0

Nederland maakt zich op voor de vierde industriële revolutie. Want dat deze omwenteling over ons heen rolt, is geen kwestie meer van of maar van wanneer. Prof Dr Ir Egbert-Jan Sol, programmadirecteur Smart Industry, over de impact die deze revolutie op de procesindustrie heeft. 

Industriële revoluties
De eerste industriële revolutie – vanaf 1750 - valt samen met de uitvinding van de stoommachine. De tweede (ook bekend als de technologische revolutie; de tweede helft van de 19de eeuw) staat in het teken van nieuwe technologieën als elektriciteit en de verbrandingsmotor. Met de komst van informatie(communicatie)technologie (vanaf 1950) voltrekt zich de derde industriële revolutie. Experts menen dat we met de integratie van machines met het internet (internet of things) aan de vooravond van de vierde revolutie staan: Industrie 4.0.

4-123.jpg

Wat is het doel van het Smart Industry-actieprogramma?

Egbert-Jan Sol: “Smart Industry zet zich in voor het toekomstbestendig maken van de Nederlandse maak-, agro/food- en procesindustrie. Dat is bijzonder actueel omdat er sprake is van een versnelling van de digitalisering van de industrie. Ondernemingen moeten in actie komen. Eat or to be eaten. Vroeger was stilstand achteruitgang, nu is stilstand ondergang. In dit geval: ondergang van een onderneming.”

Hoe beschouwt u Industrie 4, de vierde industriële revolutie? 

“Computers worden nauwelijks sneller. En ook de vijfde-, zesde- en zevende-generatie-smartphone maakt niet meer zoveel verschil. De gevolgen van de voortgang van de Wet van Moore - de computerkracht van chips verdubbelt elke twee jaar - zien we nu - in Internet of Things. Robots die samenwerken met mensen, autonoom rijdende auto’s, preventief onderhoud met honderden betaalbare (intelligente) sensoren die niet alleen voor regelprocessen, maar ook voor voorspellend onderhoud worden ingezet. Het gaat bij 'Smart Industry' om de awareness, het inzetten van al die innovaties (fieldlabs), de skills die er voor nodig zijn om daarmee om te gaan en basis voorwaarden zoals nieuwe kennis, standaardisatie en regelgeving.”

Voltrekt Industrie 4.0 zich al of moet zij in Nederland nog in haar volle omvang doorbreken?

EJS: “Er gebeurt veel. Andere landen kijken naar de wijze waarop wij bezig zijn; wij worden in hetzelfde rijtje als het Duitse Industrie 4.0 en Britse Catapult genoemd, waar al richting de 1 miljard euro aan publieke middelen is uitgegeven. In ons land lopen investeringen nog achter. De bekendheid bij ondernemers moet groter, meer ondernemers moeten zelf aan de slag. Ook China en de USA zijn volop bezig hun eigen industrieën te versterken. Dus verlies van snelheid kunnen we niet veroorloven. De laatste vijftien jaar ging de ontwikkeling van de Nederlandse industrie goed. Bij ons is sprake van de-industrialisatie, wij groeiden nog met vijf procent. In Duitsland is zelfs sprake van her-industrialisatie met een groei van vijftien procent. Maar in België, Engeland, Frankrijk heeft de-industrialisatie geleid tot een krimp van tientallen procenten. Even niet alert en ondernemend zijn en anderen halen je in.”

Industrie 4.0 is een revolutie, met positieve, maar ook negatieve aspecten. 

EJS: “Positief is de groei in productiviteit en de nieuwe omzet van innovaties als smart products en servitisatie (nieuw middel om innovatieve producten met grote toegevoegde waarde als dienst aan te bieden). Ook robotisering is een positieve ontwikkeling. Hierdoor blijft werkgelegenheid behouden omdat die anders naar het buitenland verhuist. Negatief is dat digitalisering versnelt: je moet investeren, personeel moet zichzelf steeds opleiden en je kunt niet rusten.”

Waar ligt voor de procesindustrie de grootste uitdaging met de komst van Industrie 4.0? 

EJS: “In de procesindustrie speelt digitalisering ook een rol, maar daar ligt het accent niet op robotisering en 3D-printen, maar op slim omgang met energie, proces-monitoring ter voorkomen van uitval (preventive maintenance) en afval (output die buiten de specificatie ligt). En waar in de maakindustrie gesproken wordt over de productie van ”lot size one” voor de prijs van massaproducties, spreken we in de procesindustrie over procesintensivering met aanmerkelijk kleinere installaties. Bij de productie van discrete producten kunnen robots, CNC-machines, 3D-printen, lasercutters binnen de cycle-tijd van een product omschakelen naar een ander product. Deze ontwikkeling leidt tot flexibele fabriekjes – we noemen dat factory-in-a-container - dicht bij metropoolregio’s zodat klanten snel gepersonaliseerde producten kunnen bestellen en geleverd krijgen. Daarbij is niet economy-of-scale meer doorslaggevend, maar economy-of-network. Bij de procesindustrie zou je liever in een kleine installatie naast de klant precies die fabricaten produceren op het moment dat de klant die nodig heeft. Maar een dergelijke plants-in-a-container vereist wel vergaande digitale controle om grotendeels zelfstandig produceren op afstand mogelijk te maken.”

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren