Paul Clarijs, van Tate & Lyle: ‘Oplossingen komen uit de Zaan’

23.06.2015 | Branchenieuws | 3523 keer bekeken
Paul Clarijs, van Tate & Lyle: ‘Oplossingen komen uit de Zaan’

In de serie Captains of Process Industry is het woord aan directeuren en managers actief in de procesindustrie. Welke trends signaleren zij, voor welke uitdagingen staan zij en hoe zien zij de toekomst? In deze aflevering Paul Clarijs, plant manager van de Zaanse zetmeelproducent Tate & Lyle.

De geschiedenis van Tate & Lyle in Koog aan de Zaan gaat terug tot 1867, het jaar dat Klaas Honig de houten stijfselmakerij De Troffel koopt. De fabriek vervaardigt door de jaren heen uiteenlopende stijfsels, waaronder maiszetmeel, en komt na een serie overnames in handen van het Britse concern Tate & Lyle (2000). Dit concern levert ingrediënten aan de voedingsmiddelenindustrie, waarbij het zwaartepunt op de verwerking van maïs ligt

Wat doet een plant manager?
“De verantwoordelijkheid dragen voor de productie in de fabriek, inclusief aspecten als veiligheid, hygiëne, milieu, maar ook inkoop en logistiek. Op de vestiging hier in Koog aan de Zaan is circa 240 man personeel op verschillende afdelingen werkzaam. Van die 240 zijn meer dan honderd actief als operator, die dagelijks in vijf shifts werken.”

Welk productieproces vindt plaats in die fabriek?
“We produceren voedingsingrediënten op basis van mais. Daar ligt onze focus op. Maar we maken ook zetmeel voor de papierindustrie, waarvoor mais ook als grondstof dient. Dagelijks verwerken we een miljoen kilo mais, dat per schip hier binnenkomt. De mais ondergaat verschillende processen waarna uiteenlopende op zetmeel gebaseerde producten ontstaan. Die producten zetten wij wereldwijd door aan grote industriële klanten – bijvoorbeeld Friesland Campina, Duyvis, Gouda’s Glorie en Heinz – die er voedingsmiddelen van maken.”

Voedingsmiddelen zoals?
“Koekjes, sauzen, yoghurt, vla, mayonaise, nootjes... Behalve zetmeel leveren we ook bijproducten, zoals eiwitten en zemelen, aan de veevoederindustrie. Meestal voor de Nederlandse markt, soms voor Scandinavië.”

Wat is de belangrijkste markttrend waarmee Tate & Lyle te maken heeft?
“De maatschappelijke trend die wij zien, is een toenemende vraag naar bijzondere voeding. Daar willen we op in springen. Zoals gezegd maken we ook non-foodproducten, zoals zetmeel voor de papierindustrie. Maar van die – zoals wij het noemen - bulksector nemen we meer afstand, om meer richting natuurlijke voedingsingrediënten op te schuiven. Dan praat je over natuurlijk zetmeel voor bijvoorbeeld chips van Lay’s. We gaan meer waarde toevoegen aan onze producten.”

In Nederland dreigt een tekort aan gekwalificeerde proces- en foodoperators. Kampt ook Tate & Lyle met dit probleem?
“Een tekort? Ik weet niet of dat het geval is. Volgens mij lijkt techniek op universiteiten en hbo’s weer aan populariteit te winnen. En dan praat ik over de afgelopen vijf jaar. Da’s ook niet zo gek, want daarin zijn goede en leuke banen te vinden. Neemt niet weg dat ook wij continu op zoek zijn naar goede mensen, zo ook goede operators. Daarvoor hebben we nu een aantal vacatures openstaan.”

Ontplooit Tate & Lyle initiatieven om de jeugd enthousiast te maken voor een baan in de foodsector, bijvoorbeeld om die vacatures in te vullen?
“Ja. De gemiddelde leeftijd van onze werknemer is 45 jaar, relatief hoog. Om die reden zijn we hier in de Zaanstreek druk met uiteenlopende activiteiten. Zo participeren we in de Food & Proces Tech Campus in Zaandam, een opleidingsplek voor een nieuwe lichting (food)operators. Het dient ter voorbereiding op een baan in de regionale proces- en voedingsmiddelenindustrie. Andere hierbij betrokken bedrijven zijn bijvoorbeeld ADM, Cargill, Exter en De Zaanse. Samen kunnen we leerlingen stageplekken bieden. Onze rol in de campus heeft overigens ook alles te maken met binding met de omgeving opbouwen en onze verantwoordelijk nemen.”

Want dat is nodig?
“Ja, dat denk ik wel. Om die reden onderhouden we bijvoorbeeld onder de noemer Stichting Zaanse Industrie Cultuur ook een samenwerkingsverband met de gemeente Zaanstad. Het betreft een festival, waarbij gedurende het hele jaar festiviteiten plaatsvinden met als doel het industrieel erfgoed van de Zaanstreek en het Noordzeekanaalgebied in de schijnwerpers te zetten. Van deze rijke geschiedenis maakt de foodsector een belangrijk deel uit. Dat is geen wegkwijnende sector waar niemand naar omkijkt, maar staat vol in bloei en verdient ieders belangstelling.”

Wat zijn voor u de bronnen om bij te blijven in de procesindustrie?
“We hebben research & development-afdelingen op meerdere locaties in de wereld - in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Frankrijk. In het contact met buitenlandse collega’s, tijdens bezoeken over en weer, blijven we op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. Wat ook helpt, maar dan op het regionale vlak, is het Zaanse ondernemersnetwerk, waarbij we ook zijn aangesloten. Dat zijn ook waardevolle contacten en bronnen.”

Hoe ziet u de toekomst van Tate & Lyle?
“Zonnig. We zien een gezonde toekomst en een horizon zonder donkere wolken. Wel af en toe een buitje natuurlijk, maar na regen komt zon zogezegd.”

Waar bent u trots op?
“Op het feit dat we hier al zolang bestaan en met behulp van onze kennis en kunde echt het verschil maken voor ons concern.”

Kunt u iets noemen wat niemand weet over Tate & Lyle?
“Niet wat niemand weet, maar wel weinig mensen. Vroeger heetten we zetmeelfabriek De Bijenkorf, omdat het gebouw er met de vierkante raampjes aan de buitenkant zo uitziet. Die raampjes waren er om het zetmeel te luchten en drogen. Zie de foto hiernaast. Het gebouw staat er nog steeds, maar het drogen doen we nu natuurlijk met grote drooginstallaties.”

Aan u het laatste woord.
“Ik was onlangs met het team aan het vergaderen en hoorde daar de volgende spreuk tegen: Vergaderen aan de Zaan. Daar komen de oplossingen vandaan.”

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren