Vliegende inspecteurs

08.09.2015 | Branchenieuws | 2222 keer bekeken
Vliegende inspecteurs

De drone mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. Eerst van (militaire) overheden, nu van particulieren en bedrijven. Een gesprek met Ivanka Kösters, marketingdirecteur Skyvision, over de inzet van het onbemand luchtvaartuig in industriële omgevingen én het onderwerp van nieuwe wetgeving.

Het woord ‘drone’ heeft zo mogelijk niet de vrolijkste connotatie, vindt ook Ivanka Kösters, als marketingdirecteur verbonden aan Skyvision Unmanned Aviation. De negatieve betekenis is voor alles aangewakkerd door de berichtgeving over militaire operaties tijdens welke ‘onbemande luchtvaartuigen’ niet zelden levende doelen uitschakelen. Niet voor niets natuurlijk: een drone is op een afstand van wel duizenden kilometers te besturen en legt daarmee geen moment de levens van de eigen eenheden in de waagschaal. Neemt niet weg dat de term drone (dat in het Engels overigens mannetjesbij, ofwel dar betekent) ingeburgerd raakt en bij het grote publiek ook associaties oproept met een ‘grappig vliegspeeltje’. Voor de volledigheid wijst Kösters erop dat in luchtvaartkringen, conform de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), de term RPAS meer in zwang is. RPAS staat voor Remotely Piloted Aircraft System, wat zoveel betekent als een op afstand bestuurbaar luchtvaartuig(systeem).

Waaraan moet een ‘vliegend object’ voldoen, wil het doorgaan als een drone?
Kösters: “We spreken van een drone wanneer een systeem zich door de lucht kan verplaatsen en op afstand wordt bestuurd door een piloot. Een belangrijk onderscheidend aspect is het type drone. De voornaamste typen zijn fixed-wing- en multi-rotorsystemen. De meeste drones zijn onder te brengen in een van deze twee categorieën.”

Dat de populariteit van de drone bij burgers en bedrijven toeneemt, heeft alles te maken met het toegankelijker en betaalbaarder worden van deze systemen. Bovendien is de in de drone aanwezige technologie aan verbeteringen onderhevig (betere prestaties) en zijn de systemen redelijk eenvoudig te bedienen (gebruiksvriendelijkheid). Die ontwikkelingen verkleinen de stap om een drone aan te schaffen. Maar gelet op de veiligheid kon met de toenemende populariteit nieuwe wetgeving niet achterblijven. Immers, drones delen het luchtruim met bemande luchtvaarttuigen. Om de veiligheid van zowel gebruiker als omgeving en het overige luchtverkeer te optimaliseren, zijn er door de overheid regels opgesteld.

Waar komt de nieuwe regelgeving – sinds juli van kracht - op neer? 
“Tot 1 juli bestond een verbod op het vliegen met drones, tenzij je in het bezit was van een ontheffing. Commerciële bestuurders van een drone ontvangen nu een brevet en vergunning (zie kader Vergunning – CAV) na het succesvol afleggen van een theorie- en praktijkexamen. Hiermee is structureel te vliegen met drones en is een ontheffing voor een vlucht niet langer nodig. Het commercieel gebruik van drones groeit al een paar jaar snel. Regelgeving moet duidelijkheid en ruimte creëren voor deze innovatieve sector. Aan een beleidsvoornemen voor zogeheten mini-drones wordt nog gewerkt. Met het oog op veiligheid wordt gefaseerd gewerkt aan regelgeving voor het gebruik van drones. Hierdoor is het alle partijen binnen de sector mogelijk om op een veilige manier aan de onbemande vliegtuigen in het luchtruim te wennen, maar worden partijen al wel in staat gesteld om vluchten uit te voeren.”

Bij de nieuwe wetgeving plaatst Kösters een kanttekening. Zij is van mening dat wanneer een bedrijf – zoals Skyvision, dat commerciële RPAS-diensten aanbiedt - aan alle voorwaarden van een ROC (zie kader Vergunning) voldoet, het meer credits moet krijgen dan andere gebruikers. Denk bijvoorbeeld aan een standaard geringere horizontale veiligheidsafstand en vluchten met een beperkte afstand in de zogenaamde controlled traffic regions, ofwel gebieden rondom luchthavens die onder controle staan van de luchtverkeersleiding. 

Gevraagd naar waarom een bedrijf een drone in zou willen zetten, antwoordt de marketingdirecteur dat drones een veilig, snel en accuraat alternatief zijn voor traditionele inspecties. De onbemande luchtvaartuigen kunnen op plaatsen komen waar moeilijk inspectiewerkzaamheden zijn te verrichten. Bovendien kan een drone - uitgerust met sensoren voor gasdetectie of infrarood-opnames - meer leveren dan alleen beeldmateriaal. Ook geeft een drone-vlucht snel een overzicht van een mogelijke crisissituatie zodat sneller en accurater is te reageren.

Op welke manier is de nieuwe drone-regelgeving interessant voor bedrijven actief in de procesindustrie? 
“De nieuwe regelgeving zal het niet interessanter maken om drones in te zetten dan dat het op dit moment al is. Maar let wel: binnen de procesindustrie is veiligheid zo’n beetje het hoogste goed. Ook drones moeten voldoen aan de eisen die in deze omgeving gelden. Voor commercieel gebruik geldt dat laatste ook voor de bestuurder van de drone, ofwel de operator. In het algemeen geldt dat het inzetten van een drone voor bijvoorbeeld inspectiedoeleinden kosten bespaart en snelheid bevordert. Het is mogelijk om live mee te kijken met de inspectie en tegelijkertijd de werkzaamheden op te nemen, om deze later nader te bestuderen.”

Kösters kan het weten. Volgens haar is Skyvision gespecialiseerd in het maken van luchtbeelden door middel van onbemande luchtvaartuigen. Deze opnames worden voornamelijk gebruikt ten behoeve van inspecties, geo-data-inwinning, digitale terreinmodellen (waarmee o.a. snel en nauwkeurig volumes zijn te bepalen), maar ook voor het bevorderen van de precisielandbouw. Tot haar klantenkring rekent ze bedrijven uit de procesindustrie, maar ook ondernemers uit de agricultuur en landmeetkundige ingenieursbureaus.

Hoe verloopt doorgaans zo’n ‘drone-opdracht’? 
“Nadat wij een aanvraag ontvangen, beoordelen wij of er vluchten op de locatie mogen plaatsvinden met inachtneming van de actuele regelgeving. Indien de locatie mogelijk is, maken wij een risicoanalyse en een vluchtplan. Bij het maken van het plan houden we rekening met zowel de wensen van de klant als met de mogelijkheden van het systeem. Vervolgens worden de vluchten aangemeld - de zogeheten notam (notice to airmen) - en maken wij een 24-uursmelding. 

De dagen voor de vlucht wordt het weer kritisch gevolgd. Op de vluchtdag zal een team bestaande uit minimaal één piloot en een waarnemer ter plaatse zijn. Vaak is de opdrachtgever ook aanwezig. De beelden zullen afhankelijk van het project direct worden overhandigd.”

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vergunning
Voor beroepsmatig gebruik van drones verstrekt de overheidsdienst Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) vergunningen voor: 

De piloot
:  
•  Vliegbewijs RPA-L 

Het toestel met grondstation

 • Bewijs van inschrijving in het luchtvaartregister (BVI); 
 • Speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (S-BVL);

Het bedrijf dat RPAS-diensten aanbiedt

• RPAS Operator Certificate (ROC);

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor beroepsmatig gebruik gelden de volgende gebruiksbeperkingen zoals ook verwerkt in de regelingen en vergunningen;
kader.jpg

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (2)

Reageren
  • 11.04.2017 - 11:47 uur | Norbert Stellaard

    Mooi artikel.
    Kleine aanvulling. Het is binnen de wet- & regelgeving mogelijk om dichterbij dan 50m en hoger dan 400ft (120m) te vliegen. De ROC houder (Het vliegbedrijf) dient daar dan aanvullende procedures voor te schrijven die uiteraard goedgekeurd dienen te worden door de Inspectie (ILenT).
    Dit geld overigens ook voor het vliegen in bijvoorbeeld haven en industrie.

  • Arie Anker
    08.09.2015 - 10:49 uur | Arie Anker

    Goed duidelijk artikel wat de regelgeving wordt en hoe er mee om te gaan. was veel onduidelijkheid over